woensdag 4 december 2013

Rupert Sheldrake 'Herinneringen zijn een vorm van tijdreizen'

Ik heb een poetsbui. Deze wissel ik af met schrijven. In een ‘flow’ zijn leidt bij mij altijd tot de beste inspiratie. Een handeling tijdens het poetsen kan me maar zo terug in de tijd brengen.

Op een veiling kocht ik eens een serveerwagentje.  Op zich vond ik het een ongelooflijk kitsch-ding. Kersen of mahoniehout. Krullen. Laatjes. Glasplaten. Bling bling. Maar het leek me ook een heel praktisch ding. Voor in de keuken. Naast mijn AGA-cooker, kolengestookt. Dus altijd brandend. Zomer en winter. Kruiden in potten, olijfolie, azijn en meer van die ingrediënten die een vast onderdeel zijn van de gerechten die ik maak hebben er een vaste plaats. Nou is poetsen niet mijn grootste hobby. Maar omdat schrijven maar niet op gang wilde komen forceerde ik mezelf tot het leegruimen van het serveerwagentje. En er zit een laatje in dat ik nooit gebruik. Ik trek het open om te zien of er iets in zit. Meteen ben ik vijf jaar terug in de tijd. En ik beleef een ontroerend moment.

De emotie is overweldigend. Onlangs leende ik uit de bieb ‘Schitterende wereld’ van Mel Hartman. Ze haalt Rupert Sheldrake aan. Sheldrake, een Engelse wetenschapper en filosoof, werd in het TV-programma ‘Een schitterend ongeluk’ geïnterviewd door Wim Kayzer. Kayzer vroeg Sheldrake waar onze herinneringen worden opgeslagen. Sheldrake antwoordde dat herinneringen niet worden opgeslagen in een plaats, niet in de hersenen. ‘We verplaatsen ons door de tijd.’ , zei hij. ‘Herinneringen zijn een vorm van tijdreizen. Als we ons op ons geheugen afstemmen, dan doen we dat door een zekere verplaatsing is in de tijd, naar het verleden.’

Terug naar de emotie op het moment dat ik het laatje van het serveerwagentje open trek en zie wat erin ligt. Een stoffertje. Zonder blik. Een kitscherig gekleurd vegertje. Lolly-rose-blauw-groen-geel. In de tijd dat ik af en toe op mijn kleinzoon paste, hij was toen drie jaar, was dat laatje de bergplaats voor dingetjes waarmee hij me hielp met ‘poetsen’.  Als hij het huis binnen kwam was het eerste dat hij deed dat laatje open trekken. Waarschijnlijk om te kijken of wat erin zat toen hij wegging er nog steeds inlag.
 

Nu ik dit schrijf ontwikkelt zich in mijn hoofd als het ware een achtbaan. Beelden, filmpjes, emoties tollen door elkaar. Waarom? De tijdreis naar het verleden projecteer ik in het nu. Niet de situatie op zich: dat wat zich afspeelt in het hoofd van een driejarig ventje en waarnaar hij handelt. Want wat zich in dat koppie afspeelt is ……. ‘ligt alles nog in het laatje van het serveerwagentje bij oma zodat als oma gaat poetsen ik oma weer kan helpen!!!’ Dit kan hij zo niet verwoorden, stormt op het serveerwagentje af en is gerustgesteld als  hij ontdekt dat alles is zoals hij het de laatste keer had achtergelaten.

Het projecteren van de tijdreis naar het nu heeft alles te maken met mijn werk. Door het werken met mensen met een afasie, sommigen heel ernstig, anderen minder ernstig, probeer ik me te verplaatsen in hun ‘hoofd’. ‘Wat speelt zich af in dat hoofd?!’ wanneer er een beschadiging is in de linker hersenhelft en de rechter hersenhelft gezond functioneert zijn er nog die beelden, filmpjes, emoties. Kan de persoon de reis in de tijd maken, waar-naar-toe die maar gaat. Zeggen: ‘Weet je nog ….. ? ‘, zal niet lukken. Die communicatie, die verbale, die is in meerdere of mindere mate verstoord. Is die communicatie, die verbale, te herstellen? Dat is mijn werk. Het besef dat 93% van de communicatie non-verbaal is, zonder woorden, doet me beseffen dat ik veel van de persoon dien te ‘weten’ welke verbale communicatie voor deze persoon relevant is. Die ‘7%’ is aan mij om uit te zoeken. Dat kan ik niet alleen. Daar krijg ik de hulp bij van op de eerste plaats het universum. En dichter bij de persoon: de partner, de kinderen, fotoos, de leefomgeving. En het vertrouwen dat alles aan verandering onderhevig is. Leven in het nu.

Ik laat het vegertje liggen. Deze reis wil ik nog wel een keer maken.

Iedereen voor 2014 de allerbeste wensen. Dat het beroep van logopedist zich inhoudelijk mag verdiepen. Er is nog een lange reis te gaan.

Marianne van der Heijden
Gendt

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen